zondag 11 maart 2012

8 tips voor goede profielfoto's

Afgelopen week gebeurde het weer: "ik herken je van je foto op Facebook". Vaak beginnen mensen spontaan een praatje met me te maken. Reden? Ze herkennen me van m'n profielfoto op de social media! Een makkelijke en leuke aanleiding om met elkaar in gesprek te raken!

Waar moet een goede profielfoto aan voldoen?

1. Zorg dat de foto past bij het medium. Plaats op LinkedIn dus een professionele foto met een zakelijke uitstraling. Op Twitter, Facebook of Hyves past een meer informele profielfoto. Maar ook op die laatste media plaats je als ondernemer geen vakantiekiekje! Mensen doen zaken met mensen, dus bedenk wat je uit wilt stralen. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld werkzoekenden. Werkgevers bekijken je profiel en zullen je alleen uitnodigen voor een sollicitatiegesprek als de foto hen bevalt. Je krijgt geen tweede kans om een eerste indruk te maken!







2. Het gezicht is duidelijk herkenbaar. Dus liever een close-up foto van je gezicht (of van een deel daarvan) dan een foto waar je helemaal op staat. Profielfoto's zijn erg klein en mensen willen in één oogopslag zien wie je bent.

3. Houd er bij het maken van de foto rekening mee dat de profielfoto vierkant wordt.

4. Zorg voor een rustige achtergrond, zodat het gezicht er echt uitspringt.




5. Neem verschillende kledingsetjes mee naar degene die je op de foto zal zetten. Bekijk samen in welke kleding je op de foto het best tot je recht komt.

6. Gebruik het juiste licht. In hard zonlicht lijk je ouder dan bij bewolkt weer.






7. Let vooral op de schaduwen. Onder de kin, de neus, of nog erger onder de wenkbrauwen (waardoor de ogen in de schaduw vallen). Maar ook op een slagschaduw op de muur achter je. Kijk maar eens op LinkedIn hoeveel foto's hier last van hebben.....

8. Houdt de foto actueel, laat regelmatig een nieuwe foto maken.

Ik hoop dat met deze tips de wereld van de social media er een stukje mooier uit gaat zien ;-)

zaterdag 18 februari 2012

Kruiend ijs

Afgelopen week hadden we prachtige taferelen langs de IJsselmeerkust: kruiend ijs! Dus de agenda leeg gemaakt en op naar het ijs!



Wat gaat er mee? Een camera met een groothoek- (10-20) en een 24-70 lens (die ik overigens niet gebruikt heb). Twee flitsers met een triggersetje: een zender op de camera en ontvangers onder de flitsers om de flitsers los van de camera af te kunnen laten gaan. Statief en extra geheugenkaartjes en batterijen natuurlijk.


Maar het meeste wat mee gaat is kleding. Als je koud bent kun je creativitieit in fotografie wel vergeten, dus veel laagjes kleding is het devies. Thermo-ondergoed, t-shirt, ski-pully, fleecetrui, skisokken, skibroek, muts, sjaal en een wind- en waterdichte jas. Handschoenen waarvan je de vingers (ook de duim!) vrij kunt maken. (Berg)schoenen met een goed profiel, want het ijs is glibberig.

En dan ben je er helemaal klaar voor. Maar hoe maak je nu een aansprekende foto van al dat moois? Natuurlijk gelden dezelfde compositieregels als voor landschapsfotografie: invoerende lijnen, regel van derden, perspectief, etc.


Maar er is meer: onderbelichte sneeuw wordt vaak blauw. Dat zie je het best bij zonsopkomst en zonsondergang, als het buiten schemerig is dus. De foto's worden dan echt knalblauw. Overbelichten (+ 1,5) verhelpt dit voor een deel. Houd hierbij het histogram in de gaten, want echt overbelichte delen van de foto verliezen detail. En dat wil je natuurlijk voorkomen. De witbalans op schaduw of bewolkt zetten neemt de blauwe kleur ook voor een deel weg. Maar daarmee vaak ook de sfeer! Het is een kwestie van smaak hoeveel van het blauw je in de foto laat.



De meeste camera's werken prima in koude omstandigheden. Maar batterijen zijn meestal sneller leeg als het vriest. Stop reservebatterijen daarom in de broekzak, dan blijven ze warm. Maar ook hier bevestigen uitzonderingen de regel: tot mijn grote verbazing werkte mijn camera deze week de hele middag op één batterij en hielden zelfs de batterijen van de flitser, die de hele tijd op het ijs lag, het goed vol.


Hieronder een aantal foto's die ik maakte van het kruiend ijs langs de IJsselmeerkust afgelopen week.








woensdag 4 januari 2012

Flitsen bij natuurfotografie

Natuurfotografen behoren over het algemeen tot de meest conservatieve groep fotografen. Dus als ik met m'n reportageflitsers en bijbehorende statiefjes het veld in ga, word ik nogal eens meewarig aangekeken. Toch kan flitsen in de natuur veel toegevoegde waarde hebben! Hoe ga je daarbij te werk?

Ondanks het feit dat Nikon een prima CLS-flitssysteem heeft, werk ik daar meestal niet mee. CLS werkt met een infrarood signaal (waarom eigenlijk??), wat betekent dat camera en flitser elkaar moeten zien om 'met elkaar te kunnen praten'. Maar meestal staat de flitser ergens achter of gewoon te ver weg om het signaal van de camera op te kunnen vangen.

Dus schafte ik radiografische triggers aan. Pocketwizard is me nog te duur, ik werk met een paar Yongnuo setjes. Voor degenen die TTL werken heeft dat één nadeel: TTL werkt niet bij deze goedkope radiografische triggers. Als ik ga flitsen in de natuur, werk ik met zowel de camera als de flitsers op manueel. En dan is het vervolgens een kwestie van op je LCD-scherm kijken welke instelling het mooiste resultaat geeft.

Een paar voorbeelden:

Voor onderstaande foto heb ik één flitser gebruikt die ik achter het stammetje van de jonge beuk gelegd heb. De foto is gemaakt tijdens "het blauwe uurtje" (half uur voor en na zonsondergang), er is niet gewerkt met kleurfilters of iets dergelijks. De sluiter stond 2 seconden open bij een diafragma van 5.6 en ISO 100. Flitssterkte op 1/8 van het volle vermogen van de flitser om de blaadjes goed uit te lichten, zonder dat ze overbelicht raken.




Als voorbereiding op een workshop die ik voor de Nikon Club gaf op de Loonse en Drunense Duinen, ging ik bij zonsondergang naar het Hulshorsterzand. Voor deze foto gebruikte ik vanwege de grote afstand van de camera tot de boom vier flitsers op volle sterkte. En een groot diafrgama (4.5) om zoveel mogelijk flitslicht binnen te laten in de camera. Sluitertijd 1/50 om ervoor te zorgen dat het omgevingslicht niet teveel nadruk kreeg.


Ik vind het echt geweldig wat je met flitsers in de natuur kunt doen. Momenteel ben ik bezig met 'day to night' fotografie. Wat wil zeggen dat je overdag foto's maakt die zo donker zijn dat het lijkt alsof het avond/nacht is. Waarbij je onderwerp ingeflitst wordt en dus echt van het scherm af spat. Onnatuurlijk? Kitsch? Ja, maar wel leuk!

woensdag 30 november 2011

Waar moet ik op letten bij de aanschaf van een objectief

Welk objectief moet ik kopen? Een vraag die heel veel cursisten me stellen. Natuurlijk is daar geen eenduidig antwoord op te geven, maar er zijn wel een aantal zaken waar je op kunt letten bij de aanschaf van een objectief.

De kwaliteit van het objectief is belangrijker dan camera waarmee je fotografeert. Liever een uitstekend objectief op een middelmatige camera, dan omgekeerd. Het is dus belangrijk je tevoren goed te oriënteren welk objectief voldoet aan jouw (kwaliteits)eisen. Daarvoor kun je terecht op sites als bijvoorbeeld
www.kenrockwell.com of www.dpreview.com. Maar natuurlijk kun je ook zelf in de winkel waar je een objectief gaat kopen een aantal testen uitvoeren. Waar let je dan op?



1. Vignettering: maak een foto van b.v. een witte muur of van de lucht. Vignettering (donkere hoeken) valt dan snel op. Let er wel op dat sommige camera's dit automatisch corrigeren, waardoor de lensfout niet opvalt! En: ook een zonnekap of een filter op je lens kan vignettering veroorzaken. Haal deze er dus voor de test af.

2. Vertekening: maak een foto van een vel ruitjespapier en kijk of de lijnen mooi recht lopen. Ton- en kussenvorming (resp. bolle en holle lijnen) is een veel voorkomende lensfout. Bij groothoekobjectieven (of in de groothoekstand van een zoomobjectief) zul je overigens altijd vertekening zien.



3. Scherpte: om dit te testen gebruik ik vaak de cijfers op een kalender die tegen de muur hangt. Maar eigenlijk kun je alles met strakke vormen gebruiken. Zelfs een bakstenen muur voldoet, de korreltjes moeten haarscherp zijn. Zet de camera op statief, stel het diafragma in op f8 en gebruik een draadontspanner of de zelfontspanner om beweging tijdens het indrukken van de ontspanknop te voorkomen.


Soms is de scherpte wel goed, maar ligt deze net voor of net na het onderwerp waarop je hebt scherpgesteld. Dit kun je testen door een liniaal onder een hoek van 45 gr. te fotograferen. Zet de camera weer op statief, kies een zo groot mogelijk diafragma en stel zorgvuldig scherp op een van de millimeterstreepjes. Ligt de scherpte op de verkeerde plek? Meestal is dan niet de lens maar de camera de boosdoener. Bij sommige camera's kun je dit zelf corrigeren, camera's die deze mogelijkheid niet hebben kunnen je laten bijstellen door de reparatiedienst van je cameramerk. Op


http://focustestchart.com/focus21.pdf vind je een mooie kaart om te testen of je camera last heeft van front- of backfocus, met een uitleg over hoe dit in z'n werk gaat.


4. Chromatische aberatie (kleurschifting). Dit geeft gekleurde randjes rond onderwerpen die gefotografeerd zijn. Om dit te testen fotografeer je een onderwerp met veel contrast (takken van een boom tegen een heldere lucht bijvoorbeeld). Kleurrandjes vallen dan gelijk op.


5. Bouw. Naast de optische kwaliteit is natuurlijk ook de bouw van een objectief van belang. Bij een objectief met een plastic bajonet moet je bijvoorbeeld veel voorzichtiger zijn bij het wisselen van het objectief. Voor iemand met één objectief is dit natuurlijk van minder belang dan voor iemand die vaak van objectief wisselt. Let er overigens bij het wisselen van objectieven altijd op dat de camera-opening naar beneden gericht is, zodat er geen stof in de camera kan dwarrelen.


Een schuifzoom trekt meer stof naar binnen dan een draaizoom, dus met een schuifzoom is het risico van stof op de sensor groter.

Let ook op de minimale instelafstand. Dat is de afstand die minimaal nodig is tussen de camera en het te fotograferen onderwerp om nog scherp te kunnen stellen. Als deze b.v. 1.75 meter is en je bent zelf 1.65 meter, dan moet je op een krukje gaan staan om een onderwerp op de grond te kunnen fotograferen....


6. Brandpuntafstand. Wat wil je fotograferen? Voor wildfotografen is een telelens onontbeerlijk, landschapsfotografen zullen een groothoeklens in hun tas willen, insectenfotografen een macrolens en portretfotografen een matige tele.


Ga je voor kwaliteit kies dan voor een vast brandpunt of een zoomobjectief met maximaal 3 x zoom. Zoals bijvoorbeeld de 24-70 of 70-200. Bij meer dan 3 x zoom neemt de kwaliteit van de lens namelijk af. Ga je voor gemak kies dan bijvoorbeeld een 18-200 of een 28-300 objectief. Dat voorkomt dat je steeds van objectief moet wisselen.


7. Lichtsterkte. De lichtsterkte geeft het maximale diafragma aan dat kan worden ingesteld. Het hebben van een 2.8 objectief en een 5.6 objectief kan het verschil maken tussen het wel of niet kunnen maken van een foto. Natuurlijk kan het verhogen van de ISO soulaas bieden, maar het risico van ruis ligt op de loer.


8. Stabilisatie. Bij Nikon heet het VR, bij Canon IS, ieder cameramerk geeft er z'n eigen naam aan. Voordeel van stabilisatie in het objectief is dat je langer uit de hand kunt blijven fotograferen. Het gaat bewegingsonscherpte tegen. Bij sommige merken zit dit overigens in de camera!


9. Zonnekap. Te vaak zie ik cursisten lopen met een objectief zonder zonnekap. Het zal niet direct de keuze van het aan te schaffen objectief bepalen, maar het is wel handig als het er bij zit. Zo niet, dan moet het er in ieder geval bij te bestellen zijn. Een zonnekap voorkomt flare (een waas over je foto en/of diafragmavlekken) door invallend licht en misschien wel net zo belangrijk: het biedt bescherming tegen krassen op je lens!


Ik heb met deze aandachtspunten niet de intentie gehad om volledig te zijn, maar hopelijk biedt het jullie een handvat bij de aanschaf van een nieuw objectief!













zondag 6 november 2011

Herfstfotografie

De herfst is natuurlijk een van de mooiste seizoenen om natuurfoto's te maken. Maar waar moet je allemaal om denken? Een aantal tips.








1. Zet de witbalans eens op bewolkt. Geel gekleurd blad komt dan veel beter uit! Doe dit alleen als er niet ook blauwe lucht op de foto komt. Die wordt namelijk met de witbalans op bewolkt ook geler. De mooie blauwe kleur verdwijnt daarmee.



2. Gebruik een polarisatiefilter. Daarmee verdwijnen de reflecties van (natte) bladeren en worden de kleuren veel dieper. Daarnaast helpt het tegen het strooilicht van de nu laag staande zon.



3. Zet de kleurruimte op AdobeRGB. AdobeRGB heeft een groter bereik en legt daardoor de rode en gele herfstkleuren beter vast. Fotografeer dan wel in 16 bits om vloeiende kleurovergangen te behouden. Laat je de foto's afdrukken bij een afdrukcentrale die geen AdobeRGB aan kan (de meeste)? Zet de foto dan na bewerking weer om in sRGB, 8 bits. Dan blijven de kleuren nagenoeg gelijk omdat andere kleurnummers aan de kleuren gehangen worden. Erg technisch verhaal (zal er binnenkort een apart blog aan wijden), maar het werkt wel! Laat je de kleuren in AdobeRGB staan, dan is het risico dat de kleuren er op de afdruk fletser uit zien dan op het beeldscherm.



4. Na een heldere nacht met lage temperaturen is er 's ochtends vaak mist. Erg sfeervol. Vroeg op dus!



5. Vergeet in de herfst ook niet de paddenstoelen te fotograferen!

zondag 9 oktober 2011

Catwalk voor honden: dogwalk

Ter gelegenheid van dierendag organiseerde ik in samenwerking met dierenspeciaalzaak Dier All-in in Epe een dogwalk; een catwalk voor honden. Van de foto's wordt door sponsor Prins Petfoods een boekje gemaakt waarvan de opbrengst naar de Stichting Hulphond gaat.











Voorwaarde bij hondenfotografie is voor mij dat de hond het leuk vindt. Zelfs als hij een jasje aan heeft... Dus wordt er eerst uitgebreid met de hond gespeeld en geknuffeld, zijn er lekkere brokjes in de buurt om hem te belonen, etc. Vertrouwen tussen de hond en de fotograaf is essentieel om een mooie foto te kunnen maken.


Daarnaast is betrouwbare apparatuur natuurlijk een must. Ik maakte deze foto's met de snelle combinatie van een Nikon D3 met een 2.8 70-200 objectief. Zo'n snelle combinatie (met snelle autofocus) helpt je om precies het juiste moment te kunnen pakken. Ook betrouwbare flitslampen die steeds dezelfde hoeveelheid licht afgeven zijn een voorwaarde bij dit soort werk: ik gebruikte hier de D-Light-it 4 set van Elinchrome. Een prima en makkelijk mee te nemen set flitslampen!










woensdag 5 oktober 2011

Fotofestival Epe

Een in eerste instantie als klein festival geboren idee dat nu al is uitgegroeid tot een festival van formaat! Afgelopen zaterdag, 1 oktober, startte de inschrijving. Het liep gelijk storm met inschrijvingen!









Diverse fotografen delen tijdens dit festival hun passie voor fotografie met de bezoekers. Naast organiserend fotograaf Liesbeth van Asselt (Stapfoto), hebben o.a. ook Martin Hogeboom, Mich Buschman, Klaas Jan van der Weij, en Johan Elzenga hun medewerking toegezegd aan dit festival. In totaal zijn meer dan 20 workshops en lezingen te volgen.




Het programma is gevarieerd van opzet: workshops op het gebied van dierenfotografie, portret-, naakt-, macro-, podium- en flitsfotografie. Lezingen over Urban Exploring, HDR, Lightroom en zwart-wit fotografie. Verder portfoliobesprekingen (neem dus uw foto’s mee!), bodypainting en de mogelijkheid om modellen te fotograferen rond oldtimers. Voor het hele programma kunt u terecht op www.fotofestivalepe.nl.






Zowel op het podium als op het festivalterrein is steeds wat te doen. Op het festivalterrein komt u o.a. modellen en muzikanten tegen die zich graag laten fotograferen. In de kapschuur is een expositie van organiserend fotografe Liesbeth van Asselt te zien.


Genoeg te doen en te beleven dus voor iedere fotografieliefhebber (vrijetijdsfotograaf èn professional, beginner èn gevorderde). Want dát is de bindende factor van dit Fotofestival: plezier hebben in fotografie!


Het festival speelt zich af op een bijzondere locatie, nl. bij Museumboerderij Hagedoorns Plaatse, Ledderweg 11 te Epe. Alleen al deze locatie is een bezoek meer dan waard. De boerderij is nog net zo ingericht als 50 jaar geleden, de loods staat nog vol oude werktuigen en de moestuin is een lust voor het oog.




Het festival vindt plaats op 26 mei 2012. Om bij dit spetterende festival aanwezig te kunnen zijn, moet men zich tevoren inschrijven via
www.fotofestivalepe.nl. De entree voor dit festival bedraagt slechts € 29,95 (incl. BTW, parkeren en entree voor de museumboerderij) Hiermee kunt u zonder verdere bijbetaling meedoen aan alle programmaonderdelen! Er is echter één restrictie bij de workshops en lezingen: vol is vol! Zodra een workshop volgeboekt is, wordt de inschrijfmogelijkheid hiervoor geblokkeerd. Wees er dus op tijd bij. Het festival gaat om 10.15 uur van start en duurt tot 17.00 uur (terrein open vanaf 09.45 uur).



Op de vrijdagavond voorafgaand aan het festival houdt Klaas Jan van der Weij een lezing. Hij toont ons die avond zijn spectaculaire sportfoto's. Wie Klaas Jan kent, weet dat hij een onderhoudend verteller is, dus we gaan een fantastische avond met hem beleven!


Wie deze avond mee wil maken kan zich alvast opgeven via
info@stapfoto.nl. Let op: aanmelden voor deze lezing kan dus niet via de website www.fotofestivalepe.nl! De entreeprijs voor deze avond bedraagt € 10,00. De avond vindt plaats op het festivalterrein bij Museumboerderij Hagedoorns Plaatse aan de Ledderweg 11 te Epe.